We moeten het goud delven in de zorg

Interview met Monica Haimé – door Renate Tromp

Monica Haimé. Kwaliteitsexpert in de zorg.

De kwaliteit in de zorg is een heikel punt. Ook voor zorgexpert én vaste gast van Woudschoten Monica Haimé. ‘Als professionals in de zorg geven we ons publiek steeds weer het idee dat we de hoeveelheid en de ontwikkelingen in ons werk niet aankunnen. Maar we staan wel in de top tien voor landen met de beste zorg wereldwijd!’

Nederlanders zijn verwend. Dat is feitelijk de conclusie van Monica Haimé (58). “We hebben alle geluk van de wereld maar klagen zo.” Ook in de zorg is het schering en inslag, vindt ze. “Natuurlijk kan de zorg beter in Nederland. Maar we zijn met een 9,3 koploper in de zorg in Europa. Nog nooit scoorde een land zo hoog in de zogeheten Euro Health Consumer Index. Bovendien, benadrukt ze, er is altijd werk in de zorg. “In plaats van dat we daar blij mee zijn, klagen we dat de zorg zwaarder, complexer, moeilijker wordt . Coolblue of KLM zouden een gat in de lucht springen met het vooruitzicht op zo’n constante stroom van werkaanbod.”

Natuurlijk ziet Monica als kwaliteitsexpert in de zorg heus wel waar de schoen wringt. “De organisatie en de werkcultuur kunnen beter.” Maar de klaagmodus is een trend die ze liever ziet gaan dan komen. Zelfs in de extreem geplaagde ouderenzorg is er geen reden tot pruilen. “Je kunt de hele dag gehaast lijstjes afwerken tot je er bij neer valt. Of je kunt opgewekt binnen komen en denken: waar worden deze lieve oude mensen, en soms minder lieve, vandaag blij van? Ik ken echt genoeg huizen waar ze een meer ‘go with the flow’ mentaliteit hebben en waar dan gek genoeg alles veel soepeler verloopt.”

“Mijn trainees zien hun dagen bij Woudschoten als een weekendje weg.”

Echt gek vindt Monica dat natuurlijk niet. Sterker nog, ze traint ieder jaar een groep van twintig – veelal – vrouwen die in op basis van deze visie de kwaliteit van de zorg gaan verbeteren. Met deze groepen komt ze overigens al vijftien jaar tot haar grote plezier bij Woudschoten. “Mijn deelnemers aan de Opleiding Kwaliteit in de Zorg zien hun trainingsdagen bij Woudschoten als een weekendje weg. Natuurlijk moeten ze aan de bak maar daarnaast is er even geen werk, even geen zorg voor de kinderen en worden ze door de medewerkers van Woudschoten helemaal in de watten gelegd.”

Terug naar de kwaliteit van de zorg. Klopt er dan helemaal niets van al die klachten in de media?
“In de zorg hebben we last van de verkeerde prikkels. Er wordt teveel tijd gestoken in lijstjes afwerken, ingrepen registreren en het verantwoorden naar elkaar of we wel het goede doen. Maar de vraag moet zijn: Is de patiënt/cliënt tevreden? Voelt hij of zij zich geholpen? Bij iedere verbeteringsslag is het automatisme: meer geld erbij! Het gevolg is dat alles bij het oude blijft en de belangen alleen maar groter worden. In Nederland hebben we daar een oplossing voor: polderen. Niemand neemt de leiding en zo besluit er nooit iemand iets waardoor de zorg radicaal en fundamenteel beter en plezieriger wordt.”

 

Wat is dan jouw oplossing?

“Ik word ingehuurd door instellingen die zelf door hebben: het loopt hier niet lekker. We zijn te druk met het verantwoorden naar buiten, de administratie, en hebben te weinig tijd voor binnen. Het is een nationale ziekte waar gelukkig wel steeds meer oog voor is. Wat ik doe is de zorg om de patiënt heen beter organiseren. Gezelliger ook. Vanuit de gedachte: Doe je werk dat deugt en doet het deugt? Het is fantastisch om iedere dag de kans te krijgen om kwetsbare mensen in hun kracht te zetten, te ondersteunen, beter te maken, te troosten, goed te doen.” In veel zorginstellingen wordt de organisatie als complex ervaren, maar we moeten veel meer het goud zien dat eronder ligt en dat goud moeten we delven.

 

Hoe kan dat goud gedolven worden, volgens jou?

“Door anders te denken in de zorg: buiten de kaders, te spelen met de regels en vooral door te starten vanuit de vragen en behoeften van cliënten in plaats van vanuit het systeem, de regels en de kaders. Maar ook door onder andere de smeltkroes aan culturen die Nederland rijk is naar waarde in te zetten. Dat steeds meer verschillende culturen samen werken gaat de werkcultuur in de zorg sowieso veranderen. Ik zie bijvoorbeeld dat Antilliaanse, Surinaamse, Marokkaanse en Turkse vrouwen heel anders omgaan met ouderen. Mantelzorg bestaat als woord niet in hun taal en repertoire. Zij zorgen voor hun ouderen en beleven voldoening, plezier en steun aan hun ouderen. Maar ook zakelijk gezien kunnen we, als we willen, veel van andere culturen leren. Allochtone ondernemers werken vaak in familieband. In de ouderenzorg maken we ons druk over de opleiding van onze medewerkers en ik vraag mij vaak af: Hebben we nou echt niveau 1-2 en 3 nodig of hebben we vooral behoefte aan liefdevolle aandachtige mensen met hun hart op de goede plek?”

“Ik ben altijd wel een gouddelvertje geweest.”

Wat in jouw natuur maakt dat je hier zo gepassioneerd over bent?

“Ik ben ervan overtuigd het anders kan. En dat dit principe van ‘een familiebedrijf’ ook in Nederlandse bedrijven en instellingen kan worden toegepast. Ga het gesprek maar eens aan met medewerkers. Probeer dit soort cultuurveranderingen niet als een probleem te zien, maar als kans. Wanneer je echt zorgt voor je eigen mensen, samen, creëer je een hechte gemeenschap die bergen kan verzetten. Zo’n familiesysteem moet je uiteraard wel verankeren op het niveau van de toezichthouder. Nogmaals, we moeten niet tobberig zijn, maar kiezen voor de kant waar het goud ligt. (lachend) Ik ben altijd wel een gouddelvertje geweest.”

 

Hoe delf jij het goud bij jouw trainees?

“De deelnemers aan de OKF (Opleiding Kwaliteitsfunctionaris) voeren met elkaar 16-20 projecten uit waar patiënten/cliënten baat bij hebben, beter van worden en meer hulp en ondersteuning krijgen die aansluit bij hun vragen ebn behoeften. Elk jaar neem ik, samen met mijn collega Mona van de Steeg en een zevental fantastische gastdocenten, twintig trainees mee in onze leefwereld over hoe het beter kan in de zorg. Hoe we kunnen zorgen dat patiënten zelf de regie kunnen houden over hun behandeling en hun leven. Die trajecten begin ik altijd met de boodschap: je gaat vooral veel leren over jezelf. Hoe verhoud jij je tot de mogelijke veranderingen die leiden tot een betere kwaliteit van de zorg in jouw instelling? Na een jaar blijkt dat ze kunnen reflecteren over wie ze zijn en wat ze doen. En dan ontdekken ze wanneer je als mens ‘t meest effectief bent. Namelijk als ik doe wat ik ben en als ik ben wat ik doe.”

 

Wat is het laaghangend fruit dat je hen en ons kunt meegeven ten aanzien van een betere kwaliteit in de zorg?

“Zoals ik al jaren bij Woudschoten wordt behandeld, zo zou het in de zorg ook moeten. En kunnen! Als ik binnenkom weten ze wie ik ben, of ik te laat ben en of ze even kunnen helpen door mijn auto moeten weg te zetten. Ze weten wat ik wil drinken en hoe ik de opstelling in mijn zaal wil. Ik hoef nergens mijn best te doen, ik hoef geen nummertje te trekken, ik hoef niet in de wachtkamer te zitten bij Woudschoten. Ze doen er alles aan waardoor ik mijn ding kan doen. In de zorg lijdt 40-60% van de patiënten aan een chronische ziekte. Dat zijn de vaste klanten. (lachend) In die zin ben ik de chronische patiënt van Woudschoten, ik kom er al vijftien jaar. Ik gun patiënten zo dat ze net zo worden gezien en geholpen als ik bij Woudschoten.”